Duaal leren in België: Vlaanderen, IFAPME en EFP, hoe werkt het?
Leren door een vak in het bedrijf uit te oefenen, met enkele dagen onderwijs per week en een maandelijkse toelage: dat is het principe van alternerende opleiding. In België is dit niet overal op dezelfde manier georganiseerd, omdat opleiding onder de bevoegdheid van de Regio's en Gemeenschappen valt. Deze gids behandelt de drie grote systemen en legt uit wat alternerende opleiding van de scholier en van het bedrijf dat hem/haar ontvangt vraagt.
Inhoudsopgave
Alternerende opleiding, stage, studentenjob: wat is het verschil?
Een stage maakt deel uit van een school- of academische opleiding: het duurt enkele weken of maanden en wordt geregeld via een overeenkomst tussen de school, de student en het bedrijf. Een studentenjob is betaald werk naast de studie, onder een studentenovereenkomst.
Alternerende opleiding daarentegen is een volledige opleiding, verspreid over één tot drie jaar, waar de scholier het grootste deel van zijn/haar tijd in het bedrijf doorbrengt. De tijd in het bedrijf is geen aanvulling: het is de kern van de opleiding, geregeld via een contract of overeenkomst en begeleid door een mentor.
In Wallonië: de IFAPME
Het Waalse Instituut voor Opleiding in Alternatie en van Zelfstandigen en het Midden- en Kleinbedrijf (IFAPME) biedt bijna 200 opleidingen, voor jongeren en volwassenen. De opleidingen duren één tot drie jaar.
- Leerlingschap voor jongeren van 15 tot 25 jaar: het grootste deel van de week in het bedrijf en 1 tot 2 dagen onderwijs per week in een IFAPME-centrum.
- Opleidingen voor volwassenen, vanaf 18 jaar (gekwalificeerde beroepskracht, ondernemer, coördinatie en management): gemiddeld 8 uur onderwijs per week, vaak 's avonds of op zaterdag.
- Een contract of overeenkomst, opgesteld met een IFAPME-referent, bepaalt de relatie tussen de scholier en het bedrijf; een mentor wordt aangewezen in het bedrijf.
- De scholier ontvangt een maandelijkse opleidingstoelage die per jaar stijgt; de bedragen worden gepubliceerd door de IFAPME.
Volgens de IFAPME bedraagt de werktijd maximum 38 uur per week en heeft de scholier recht op 20 tot 24 vakantiedagen.
In Brussel: de EFP
In Brussel wordt het franstalig onderwijs in alternerende opleiding voor middenstand verzorgd door de EFP, het centrum voor alternerende opleiding in Brussel. Het leerlingschap is bestemd voor jongeren van 15 tot 23 jaar en combineert onderwijs in het centrum met vorming in het bedrijf; vanaf 18 jaar kunnen volwassenen een alternerende opleiding volgen, met name ondernemersopleiding.
Net als in Wallonië ontvangt het bedrijf de scholier onder een contract dat door het centrum wordt beheerd, dat ook bij het zoeken naar een bedrijf ondersteunt. Het secundair onderwijs organiseert bovendien zijn eigen alternerende opleidingen in CEFA's (centra voor onderwijs en vorming in alternatie).
In Vlaanderen: duaal leren
In Vlaanderen spreekt men van duaal leren: de leerling uit het secundair onderwijs (of de volwassene in opleiding) leert op school en op de werkplek. Er bestaan verschillende contracten, afhankelijk van het aantal uren dat in het bedrijf wordt doorgebracht.
- Overeenkomst van Alternerende Opleiding (OAO): minstens 20 uur per week in het bedrijf, gemiddeld over het jaar, met een leervergoeding.
- Stageovereenkomst Alternerende Opleiding (SAO): minder dan 20 uur per week in het bedrijf; deze overeenkomst is niet bezoldigd.
- Deeltijdse arbeidsovereenkomst (DA): een deeltijds arbeidscontract, gesloten tussen de scholier, het bedrijf en de onderwijsinstelling.
Voordat het bedrijf een scholier ontvangt, moet het worden erkend als leerbedrijf (erkende leerwerkplek), per beroep en per vestiging. De aanvraag gebeurt online via app.werkplekduaal.be.
En in het hoger onderwijs?
Duale opleiding bestaat ook na de secundaire school: sommige hogescholen en universiteiten bieden bachelors of masters in duale vorm aan, waar de student zijn tijd verdeelt tussen de onderwijsinstelling en een partnerbedrijf. Het aanbod varieert van jaar tot jaar: informeer je rechtstreeks bij de instelling.
Voor de meeste studenten van hogescholen en universiteiten blijft de meest gebruikelijke formule echter de verplichte stageperiode aan het einde van de opleiding, soms gecombineerd met een masterproef uitgevoerd in het bedrijf.
Een gastbedrijf vinden
Dit is vaak de moeilijkste stap: in de meeste richtingen moet de leerling zelf een bedrijf zoeken, met hulp van het centrum voor opleiding. Enkele tips:
- Richt je op bedrijven in je buurt: je zult daar het grootste deel van je week doorbrengen.
- Presenteer jezelf als een toekomstige collega: wat je al kunt, wat je wilt leren, je motivatie voor het beroep.
- Vermeld je centrum voor opleiding en de voorziene duur: het bedrijf weet dan waar het zich aan verbindt.
- Volg na een week op en vraag een afspraak in plaats van alleen een schriftelijk antwoord.
Op COLLABme plaatsen bedrijven hun stageplaatsen en plaatsen voor duaal leren met periode en locatie. Je kunt ook je eigen zoektocht publiceren: bedrijven in je regio bieden je rechtstreeks een plek aan.
Bedrijven: waarom een leerling opvangen
Een leerling opvangen betekent iemand één tot drie jaar lang in jouw methoden en beroep trainen. Veel bedrijven maken hiervan een wervingskanaal: volgens IFAPME vindt 85% van de afgestudeerden binnen zes maanden werk.
Het bedrijf verplicht zich daartoe: een beschikbare mentor aanwijzen, het trainingsschema naleven, de voorziene vergoeding of toelage uitbetalen en, in Vlaanderen, erkenning als trainingslocatie krijgen. De trainingscentra begeleiden deze stappen; soms bestaan er regionale premies onder voorwaarden.
Officiële bronnen
Regels en cijfers geverifieerd op 5 november 2026 op:
Deze gids is informatief en vervangt geen advies van een adviseur. Leeftijdsvoorwaarden, contracten en bedragen veranderen: controleer je situatie bij de IFAPME (Wallonië), de EFP (Brussel) of de diensten van de Vlaamse Gemeenschap voor duaal leren.